(36) De regels van de weg
Feb 24, 2026
Nova loopt met Super door het bos. Het is zo’n middag waarop niets hoeft en alles mag. Super snuffelt langs boomstammen, tilt af en toe zijn poot op en kijkt haar tussendoor even aan, alsof hij wil checken of ze er nog is.
“Weet je,” zegt Nova hardop, “het voelt anders nu.”
Super zwijgt.
Dat doet hij vaker als hij luistert.
"De afgelopen weken zijn er geen nieuwe plannen gepresenteerd. Geen extra programma’s, geen frisse slogans, geen nieuwe woorden die weer uitgelegd moesten worden.
En toch is er iets verschoven.
In vergaderingen en ook in gesprekken op de gang, zelfs in hoe leidinggevenden kijken en praten."
“Het lijkt alsof ze het eindelijk snappen,” vervolgt Nova.
“Niet dat zij de route moeten uitstippelen, maar dat ze zelf die weg moeten gaan. Voorop. Stap voor stap. Zodat anderen kunnen volgen als ze willen.”

Ze denkt aan het MT.
Hoe ze eerst zochten naar richting, naar grip, naar oplossingen.
En hoe dat zoeken langzaam veranderde in iets anders: ruimte maken.
Niet bepalen hoe iedereen moest lopen, maar laten zien hoe je beweegt binnen duidelijke kaders.
“Het is net het verkeer,” zegt Nova en ze moet lachen om haar eigen vergelijking.
“De regels liggen er. Iedereen kent ze en ze zijn voor iedereen gelijk. En toch rijdt niemand precies hetzelfde.”
Super trekt aan de lijn, hij ruikt iets interessants.
“Binnen die regels mag iedereen zijn eigen tempo hebben. Zijn eigen stijl. En dat geeft rust. Omdat je weet waar je aan toe bent. Je hoeft niet elke dag opnieuw uit te vinden hoe je een kruispunt oversteekt, of dat je moet stoppen voor een zebrapad.”
“Binnen die regels mag iedereen zijn eigen tempo hebben. Zijn eigen stijl. En dat geeft rust. Omdat je weet waar je aan toe bent."
Ze staan even stil bij een fietspad.
Mensen komen en gaan, zonder botsingen.
“En nieuwe projecten,” gaat Nova verder, “die voelen nu niet meer als chaos. Meer als een omleiding. Tijdelijk. Duidelijk aangegeven. Net als de gele borden. Even anders rijden, maar met hetzelfde doel. En als het klaar is, verdwijnen de borden weer.”
Super kijkt haar aan, zijn tong half uit zijn bek.
“Dat is het,” zegt ze zacht.
“Geen losse jassen meer op de grond. Alles heeft een plek gekregen.”
Ze lopen verder.
De zon zakt langzaam achter de bomen.
Super gromt tevreden.
“Zolang ik maar mijn kop uit het raam mag steken als we straks de auto nemen.”
Nova schiet in de lach.
“Deal,” zegt ze.
“Maar wel binnen de regels.”
Super kwispelt.
Dat heeft hij goed begrepen.
LEES DOOR IN NOVA'S DAGBOEK: De ballen in de lucht