(43) De lerende leider
Mar 24, 2026
Ze hoort de voordeur dichtslaan, dan de vloek en als laatste de zucht. Bas gooit zijn tas in de gang en ploft op de bank. Geen analyse van de training, geen verhalen over wereldgoals. Alleen die stevig vloek en een lange, stille zucht.
“Zware training?” vraagt Nova.
Bas knikt.
“Hij schreeuwt weer de hele tijd.”
“Wie?”
“Onze trainer.”
Bas haalt zijn schouders op.
“Hij noemt het motiveren.”
Nova glimlacht flauwtjes.
“En hoe voelt dat voor jou?”
Bas denkt na.
“Alsof ik altijd iets fout doe. Zelfs als ik het goed doe.”
Ze gaat naast hem op de bank zitten.
“Wat gebeurt er in je lijf als hij zo schreeuwt?”
Bas kijkt verbaasd.
“In mijn lijf?”
“Ja. Word je groter of kleiner?”
Hij denkt even.
“Kleiner.”
Nova knikt.
“Dat is interessante informatie.”
Bas rolt met zijn ogen.
“Mam…”
“Serieus,” zegt ze lachend.
“Je lijf weet vaak eerder wat klopt dan je hoofd.”

Ze vraagt niet meteen of ze met de trainer moet gaan praten. Ze weet dat Bas dat niet wil en eerst is dit sowieso belangrijker.
“Wat zou jij willen dat hij deed?” vraagt ze.
“Gewoon… normaal praten. Zeggen wat beter kan. Maar niet alsof we niks kunnen.”
Nova knikt.
“Aanmoedigen is iets anders dan intimideren.”
Bas kijkt haar vragend aan.
“Een goede leider,” zegt ze, “is duidelijk. Die zegt wat hij verwacht. Maar hij hoeft niet te schreeuwen om gehoord te worden.”
“Een goede leider is duidelijk. Die zegt wat hij verwacht. Maar hij hoeft niet te schreeuwen om gehoord te worden.”
Bas zwijgt even.
Dan zegt hij: “Maar als ik er wat van zeg, ben ik bang dat hij me een zeur vindt.”
Nova herkent het. Precies hetzelfde mechanisme als bij Marieke, bij Julia en bij collega’s in vergaderingen.
“Wat is belangrijker,” vraagt ze rustig, “dat hij je een zeur vindt, of dat jij je kleiner voelt dan je bent?”
Bas friemelt aan de rits van zijn trainingsjack.
“Ik wil me niet klein voelen.”
“Dan begint het daar,” zegt Nova.
“Niet bij hem, maar bij jouzelf.”
Ze oefenen samen geen grote speech, maar alleen één zin: “Trainer, ik word onzeker van al dat schreeuwen. Kunt u gewoon zeggen wat ik beter kan doen?”
Bas herhaalt het zacht. Het klinkt nog wat onwennig.
“Als je het zo zegt dan is dat is geen aanval,” zegt Nova. “Dat is een grens.”
“Als je het zo zegt dan is dat is geen aanval, dat is een grens.”
Zaterdag staat Nova als voetbalmoeder langs de lijn. De trainer loeit en schreeuwt het team weer als vanouds vooruit.
“Sneller! Dat kan toch beter! Gééf die bal voor!”
Bas hoort het en herhaalt vastberaden de oefenzin in zijn hoofd. En dan, in de rust, loopt hij naar hem toe.
Nova hoort het niet, maar ze ziet het. Bas zijn rechte schouders, het korte gesprek en hoe de trainer knikt en iets terugzegt.
De tweede helft is niet ineens met fluwelen handschoentjes, maar het geschreeuw wordt minder. Er komen meer aanwijzingen en er is minder volume.
Na afloop komt Bas naar haar toe.
“Hij zei dat hij niet doorhad dat het zo overkwam.”
Nova glimlacht.
“Leiders leren ook.”
In haar hoofd bromt Super tevreden.
“Mens, in een roedel hoef je niet te blaffen om gevolgd te worden. Je loopt voorop.”
Nova knikt. Misschien is dat het verschil. Niet wie het hardst roept, maar wie richting geeft en ruimte laat. Op het veld en overal daarbuiten.
LEES DOOR IN NOVA'S DAGBOEK: