(48) Berichten en bereikbaarheid
Apr 03, 2026
Bas ligt op bed, telefoon vastgeplakt aan zijn hand en zijn gezicht blauw van het licht. “Is het leuk telefoonsmurf?” vraagt Nova in de deuropening. “Ja hoor,” Het antwoord komt zonder opkijken, net als vaak bij collega’s op kantoor. ‘Ja hoor’, ‘Gaat wel’ of ‘Mwah’.
“Met wie app je?” vraagt ze.
“Gewoon, met de groep.”
Nova wil de deur alweer dichtdoen, maar hoort de spanning in Bas zijn stem. Niet de ‘Mam, doe niet zo stom-toon’ maar iets anders. Bas klink moe en onrustig.
Maar als ze ernaar wil vragen zoemt haar eigen telefoon. Een appje van Marianne. Morgen een extra overleg.
Nova voelt de irritatie direct in haar lijf.
Werk vraagt aandacht, thuis vraagt aandacht, alles vraagt aandacht.
Nova voelt de irritatie direct in haar lijf. Werk vraagt aandacht, thuis vraagt aandacht, alles vraagt aandacht.
“Even wachten Marianne,” mompelt ze tegen het appje en legt haar telefoon op het tafeltje in de gang.
“Mis je iets als je jouw telefoon ook even weglegt Bas?” vraagt ze zacht.
Bas is even stil.
Dan: “Ze sturen constant dingen. Filmpjes, grapjes, berichtjes. Maar soms weet ik niet wat ik terug moet appen. Maar als ik niks zeg, lijkt het alsof ik er niet bij hoor.”
Nova slikt.
Dat lijkt wel hoe het tegenwoordig gaat, altijd online met iedereen en toch alleen.
“Heb je het gevoel dat je er niet bij hoort?” vraagt ze.
“Niet echt,” zegt Bas snel.
“Maar ook weer wel.”

Marieke komt binnen zonder kloppen.
“Hij reageert te weinig,” plaagt ze.
“Dan denken ze dat je een saaie sukkel bent.”
Bas schiet meteen in stand ‘rood-hoofd-boos’ en Nova ziet hoe gefrustreerd hij is.
“Oké, oké” zegt Marieke zachter, “ik meen het niet zo. Maar ik snap het wel.”
Nova kijkt naar haar dochter.
“En jij?”
Marieke haalt haar schouders op.
“Ik reageer gewoon in lijn met de rest, dat is veilig.”
Nova voelt hoe die zin blijft hangen.
‘Dat is veilig’.
Ze denkt aan kantoor, aan e-mails, aan de week zonder mail en hoe mensen liever een bericht sturen dan een gesprek voeren.
Ze denkt aan kantoor, aan e-mails, aan de week zonder mail en hoe mensen liever een bericht sturen dan een gesprek voeren.
“Bas,” zegt ze, “verbonden zijn is niet hetzelfde als altijd reageren.”
“Maar als ik niks stuur…” begint hij.
“Dan ben je nog steeds jij,” zegt Nova.
“Je hoeft niet overal iets van te vinden om erbij te horen.”
Haar telefoon trilt opnieuw. Ze negeert hem.
“Ik voel me soms ook alleen,” zegt ze ineens.
“Tussen werk en thuis, alsof ik overal op moet reageren.”
Bas kijkt verrast.
“Echt?”
“Ja,” zegt ze.
“Maar ik heb geleerd dat ik niet altijd op alles hoef te antwoorden, niet op werk en niet in een appgroep.”
Marieke ploft naast Bas op het bed.
“Dus jij beweert dat we soms gewoon offline moeten zijn?”
“Sterker nog,” zegt Nova, “dat is gezond.”
Super duwt zijn neus tegen Bas’ knie.
“Mens,” bromt hij in Nova’s hoofd, “wij honden hebben geen groepsapps. Wij ruiken gewoon of we erbij horen.”
“Misschien,” zegt Nova, “moeten we minder bereikbaar zijn en meer aanwezig.”
Bas legt zijn telefoon even weg en kijkt naar Marieke.
“Saaie sukkel…” zei je… En met een grijs grijpt hij zijn kussen en roept “Geachte aanwezigen… kussengevecht!”
En in een mum van tijd zijn alle telefoons even vergeten.